Voorheen bestond de hulpverlening aan verslaafden uit hulp bieden bij  het afkicken ( detox ) . Er werd methadon aan heroïne verslaafde verstrekt .  Vanaf de jaren 1990 in de twintigste eeuw werd de hulp verder geprofessionaliseerd. Deze professionalisering was ook dringend nodig omdat inzichten in de verslavingsproblematiek veranderden, het drugsprobleem steeds groter is geworden- mede door de opkomst van ‘nieuwe’ middelen als cocaïne, MDMA en amfetamine (speed) en ook GHB .  In veel gevallen zijn ´verslaafde Multi drugsgebruikers en zijn er steeds vaker naast een verslavingsprobleem ook psychische problemen hebben, al dan niet veroorzaakt door het gebruik van drugs, alcohol of medicatie.

De verslavingszorg instellingen van tegenwoordig (2019) bieden een breed pakket aan verschillende vormen van hulpverlening. Naast de nog steeds bestaande methadonverstrekking en afkickklinieken wordt er psychosociale hulp aangeboden, zijn er dag- en deeltijdbehandelingen, wordt er hulp geboden op gebied van financiën en resocialisatie, zijn er activiteitenprogramma’s voor verslaafden en zijn er klinieken waar verslaafden een zogenaamde time-out kunnen hebben om weer op krachten te komen. Daarnaast wordt er veel aandacht gegeven aan preventie en voorlichting en wordt informatie gegeven aan de familieleden en partners van verslaafden.

Ontwikkelingen

In de jaren zeventig van de twintigste eeuw kwamen hulpverleners tot het besef dat het gebruik van Heroïne voor grote problemen zorgt bij de verslaafden. Naast de verslaving zelf, was en is er bij de gebruikers sprake van ernstige zelfverwaarlozing en problemen op tal van leefgebieden waaronder het ontbreken van medische zorg, financiële problemen en op het gebied van huisvesting (dakloos). In Amerika werd aan heroïneverslaafden methadon voorgeschreven, een middel bedoeld om af te kunnen kicken van heroïne. Vanaf eind jaren 70 werd ook in Nederland methadon verstrekt. Na verloop van tijd bleek dat methadon vooral gebruikt werd als onderhoudsdosering zodat de verslaafden geen afkickverschijnselen kregen. Er ontstond een illegaal circuit waarin methadon werd doorverkocht om op die manier aan geld te kunnen komen voor heroïne. Methadon wordt nog steeds verstrekt als onderhoudsdosering en tevens als middel om vanuit de hulpverlening contact te kunnen onderhouden met verslaafden. Als afkickmiddel is het slechts in sommige gevallen geschikt.

In de jaren 90 van de twintigste eeuw kwam het middel cocaïne sterk in opkomst, eerst in het

Er kon goed aan worden verdiend en in tegenstelling tot heroïne heeft de gebruiker steeds vaker cocaïne nodig om zich ‘goed te voelen’. Verslaafden begonnen beide drugs te gebruiken, soms ook nog in combinatie met pillen en alcohol.

Met de opkomst van cocaïne bleek ook dat verslaafden te maken kregen met psychische stoornissen veroorzaakt door het middel. Daarnaast werd bekend dat patiënten met bijvoorbeeld een borderline stoornis en ADHD of te maken hebben gehad met affectieve verwaarlozing in de jeugd, mishandeling en seksueel misbruik in sterke mate neiging hebben om verslaafd te worden aan drugs, alcohol of medicatie. De complexiteit van de problemen nam toe waardoor de verslavingszorg zich steeds meer ging specialiseren en professionaliseren. Verslaafden worden niet alleen als cliënten maar in veel gevallen ook als patiënten gezien. Het voorschrijven van heroïne onder medisch toezicht aan langdurige heroïneverslaafden sluit bij laatstgenoemde stelling aan. Eind jaren 90 van de twintigste eeuw besloot de overheid om aan een streng geselecteerde groep van verslaafden, heroïne te verstrekken. Wat als experimenteel onderzoek begon is nu een vast onderdeel van. Het onderzoek bracht naar voren dat bij de meeste verslaafden die heroïne op medisch voorschrift toegediend kregen de leefomstandigheden op lichamelijk, psychisch en sociaal gebied verbeterden.

Behandeling van cocaïneverslaafden is moeilijk. De drug heeft een sterke uitwerking op de psyché van de gebruiker en lijkt moeilijk te beïnvloeden. Het zijn vooral cocaïneverslaafden die voor problemen zorgen: criminaliteit, agressiviteit en psychische stoornissen die voor overlast zorgen.

Binnen de verslavingszorg gaat het initiatief vaak van de hulpverleners uit. Dat betekent dat hulpverleners niet meer wachten tot de verslaafde hulp zoekt, maar dat hulpverleners de straat op gaan om in contact te komen met verslaafden. Een van de doelgroepen die men probeert te bereiken zijn alcoholisten, die vaak ‘stille’ drinkers zijn, goed verborgen voor hun sociale omgeving, maar wel te kampen hebben met grote problemen op tal van leefgebieden.

De tolerantie binnen de samenleving ten aanzien van drugsverslaafden is langzaam maar zeker afgenomen. De overlast welke junks, in het bijzonder in de grote steden, veroorzaken wordt door velen niet meer getolereerd. De verslavingszorg ondervindt dit vooral bij de weerstand die geboden wordt in wijken waar opvangcentra, hostels en gebruikersruimten zijn of gepland zijn. Daarnaast speelt de zorg in op de ontwikkeling binnen de samenleving door samen te werken met politie en justitie om verslaafde criminele veelplegers onder drang een hulpverleningstraject aan te bieden (verslavingsreclassering). Ook is er dwanghulpverlening waarin criminele verslaafden gedwongen worden af te kicken (in 2001 Strafrechtelijke Opvang Verslaafden – SOV, sinds 2004 Inrichting Stelselmatige Daders ISD).

CIJFERS AANTAL VERSLAAFDE NEDERLAND

Hieronder een tabel met het aantal verslaafden in Nederland. De cijfers van cliënten in behandeling zijn van . De cijfers over drugsgebruikers of verslaafden van cocaïne, amfetamine, XTC en GHB zijn een zeer ruwe schatting.

Bij alcohol en cannabis zijn niet alleen de verslaafden geteld maar ook de mensen die het middel misbruiken. In totaal zijn er in Nederland ongeveer 2 miljoen mensen die verslaafd zijn of een middel misbruiken.

Aantal verslaafden/misbruikers in Nederland en aantal in behandeling:

Stof Aantal verslaafden/misbruikers Aantal in behandeling
Alcohol 477.000 29.374
Tabak 539.000 809
Cannabis 70.000 10.816
Snuifcocaïne 26.857 3.866
Crack 11.200 3.429
Heroïne 14.000 9.093
Gokken 20.300 2.186
Speed (amf) 6.700 1.794
XTC 420 122
GHB 3.160 837
Medicijnen (voornml benzo’s) 600.000 839
Internet gamen 16.000 537
Overig 1.121 1.119
Totaal 1.785.758 64.821

Toelichting cijfers

Alcohol

In 2007-2009 is in het NEMISIS onderzoek gedaan naar het voorkomen van alcoholverslaving in de bevolking tussen 18 en 64 jaar (2). Hiervoor is de DSM IV gebruikt. 82.400 mensen zijn verslaafd.

De DSM IV spreekt ook van alcoholmisbruik. 395.000 mensen misbruiken alcohol. Misbruik wil zeggen dat je wel allerlei negatieve gevolgen van alcohol ondervindt maar er is nog geen sprake van gewenning en het optreden van onthoudingsverschijnselen bij stoppen.

Tabak

In 2016 is een bevolkingsonderzoek gedaan naar het gebruik van alcohol , drugs en tabak. Toen rookte ongeveer een vijfde (18,6%) van de bevolking dagelijks. 4,1% van de bevolking rookt meer dan 20 sigaretten per dag. Deze groep zou je verslaafd kunnen noemen (3). Dat zijn 539.000 mensen vanaf 18 jaar. Reken je alle dagelijkse gebruikers tot de verslaafden dan kom je aan de 2,5 miljoen mensen.

Cannabis

In 2007-2009 is in het NEMESIS onderzoek is bekeken hoeveel mensen aan cannabis verslaafd zijn. Het aantal wordt geschat op 29.300 mensen ofwel 0,3% van de bevolking tussen 18 en 64 jaar (2). Bij mannen ligt het percentage op 0,4% en bij vrouwen op 0,1%.

De DSM IV spreekt ook van misbruik. 40.200 mensen misbruiken cannabis. Misbruik wil zeggen dat je wel allerlei negatieve gevolgen van cannabis ondervindt maar er is nog geen sprake van gewenning en het optreden van onthoudingsverschijnselen bij stoppen.

Cocaïne

Het aantal verslaafden aan cocaïne in Nederland is niet bekend. Een schatting levert het volgende op.

Crack

Veel mensen die problematisch opiaten (heroïne) gebruiken, gebruiken ook crack (4). Naar schatting zijn er 14.000 mensen die problematisch opiaten gebruiken. Hiervan gebruikt ongeveer 80% ook problematisch crack. Dit zijn ongeveer 11.200 mensen.

Snuifcocaïne

Het aantal mensen in Nederland dat aan snuif cocaïneverslaafd is kan geschat worden door bij andere drugs te kijken naar welk percentage van de problematische gebruikers nu eigenlijk in behandeling komt. Uit bevolkingsonderzoek is bekend hoeveel problematische drinkers, blowers en gokkers er zijn.

Bij alcohol zijn er 82.000 mensen die verslaafd zijn en 395.000 die alcohol misbruiken. In totaal 477.000. Hiervan komen er 30.764 in behandeling ofwel 6,4%.
Bij cannabis zijn er 30.000 mensen die verslaafd zijn en 40.000 mensen die cannabis misbruiken. In totaal 70.000. Hiervan komen er rond de 10.000 in behandeling ofwel 14%.
Bij gokken zijn er 20.000 mensen in Nederland die verslaafd zijn. Hiervan komen er 2.234 in behandeling of wel ongeveer 10%
Blijkbaar zoekt 5% tot 14% van de problematische gebruikers een behandeling. Het aantal problematische gebruikers die cocaïne snuiven kennen we niet. Wel het aantal snuivers dat behandeling zoekt. In 2014 zochten 7.419 mensen een behandeling voor cocaïne. 50% van de groep gebruikte snuift cocaïne, 50% rookte crack. Er hebben zich dus 3.760 mensen aangemeld die de cocaïne snoven. Deze 3.760 mensen vormen tussen de 5 tot 14% van de problematische groep gebruikers. Gaan we op 14% zitten dan zou dat beteken dat het aantal verslaafden en misbruikers van snuifcocaïne op 26.857 ligt. Tel hier het aantal crack gebruikers bij op en je komt op 38.057.

Heroïne

Het aantal problematische opiaatgebruikers in Nederland wordt geschat op 14.000 (4). 80% van deze groep gebruikt ook crack.

Gokken

In 2011 is door het Centrum voor Verslavings Onderzoek is onderzoek gedaan naar de omvang van verslavingsproblematiek. 20.300 mensen zijn probleemspelers en zeer waarschijnlijk gok- of kansspelverslaafd. 92.000 mensen speelt op een riskante manier (5).

Amfetamine (speed)/XTC

Het aantal amfetamine- en XTC-verslaafden in Nederland is onbekend. XTC is nauwelijks verslavend. Amfetamine wel. De cijfers die in de tabel genoemd zijn, zijn gebaseerd op de aanname dat 25% van het werkelijk aantal verslaafden in behandeling is.

GHB

Het aantal GHB-verslaafden in Nederland is onbekend. Wel lijkt het erop dat het aantal GHB-verslaafden is toegenomen (4). De cijfers die in de tabel genoemd zijn, zijn gebaseerd op de aanname dat 25% van het werkelijk aantal verslaafden in behandeling is.

Slaap- en kalmeringsmiddelen

In 2005 werden aan 1,9 miljoen Nederlanders slaap en kalmeringsmiddelen voorgeschreven. Bij 1/3 van hen gaat het om langdurig gebruik (meer dan 3 maanden). Als je deze groep verslaafd noemt zou dat om een groep van 600.000 gaan (6). Bij de cijfers over het aantal mensen in behandeling, gaat het om benzodiazepinen, barbituraten, psychofarmaca en overige medicijnen.

Internet gamen

Mensen kunnen niet alleen verslaafd raken aan middelen maar ook aan bepaalde activiteiten. Hiervan is de grootste groep verslaafd aan internet gamen. Ongeveer 1,5% van jongeren tussen 13 en 16 jaar kan beschouwd worden als gameverslaafde (7). Dit komt neer op 12.000 jongeren. Van het aantal hulpzoekers is 82% jonger dan 25 jaar. Als je die 12.000 verslaafde jongeren ziet als 75%, komt er nog 25% ofwel 4.000 mensen bij. Dit komt neer op ongeveer 16.000 problematische internet gamers.

Totaal

Totaal zijn rond de 2.000.000 mensen in Nederland verslaafd. In 1.677.363 gevallen gaat het hierbij om de legale middelen alcohol, tabak en slaap- en kalmeringsmiddelen.

* De verslaafden aan crack zijn niet meegeteld. Dit is immers dezelfde groep als de heroïne verslaafden.

Bronnen

  1. Kerncijfers 2015, SIVZ (2016)
  2. Nemisis 2- 2007-2009. Trimbos Instituut.
  3. Nationaal Prevalentie Onderzoek Middelengebruik 2009: De kerncijfers, IVO (2009)
  4. NDM 2017, Trimbos Instituut
  5. Gokken in kaart, Intraval (2011)
  6. Noorlander, E. Misbruik van en verslaving aan medicatie. In: Drugs en alcohol. Gebruik, misbruik en Verslaving
  7. van Rooij et al., 2011